woensdag 11 juni 2014

HAAGSE HUMOÂH

Nu de datum voor mijn verhuizing naar Den Haag steeds dichterbij komt, ben ik vaak in de Residentie om allerlei voorbereidende werkzaamheden te verrichten in de nieuwe woning. Door de contacten met de Haagse middenstand leer ik de Haagse humor kennen.

Anders dan de “gezellige”, luidruchtige en inclusieve humor van ‘bij ons in de Jordaan’ is Haagse humor extreem droog, terloops en heel praktisch. Zo staat bij het Centraal Station een bloemenkraam, waar de haastige reiziger een bloemetje kan kopen voor gastvrouw of geliefde. Onder de obligate alliteratie Henkie’s Hoekie staat op de gevel van dit kraampje de slogan ‘Betaalbare romantiek’.

De buschauffeur die bij het Malieveld stopte om enkele dames te laten uitstappen voor de Tong Tong Fair, zei in zijn spiegel - refererend aan de lange rij wachtenden die in de brandende zon op het veld voor de tent stond: ‘Hebben jullie al een kaartje?’ ‘Nee’, zeiden de dames. ‘Nâh, je ben zo aan de beurt’, sprak de chauffeur ze moed in.

In de nieuwe woning moet de bestaande vloerbedekking gereinigd worden. De schoonmaker die een taxatie kwam doen dacht dat dat wel zou gaan lukken. Hij zei dat we van geluk mochten spreken dat er geen stoelen met metalen poten hadden gestaan, want dan krijg je ‘vloeâhkankâh’, die heel moeilijk te verwijderen is.

Het behang- en verfhuis ten slotte, waar we ons licht opstaken over de inrichting van het huis, helpt de klant bij de keuze van zijn verf met een ‘Haagse Kleuruh Waaieâh’. Met het WK voetbal in het vooruitzicht, heeft het bedrijf een speciale actie: ‘Ons elftal’. Bij aankoop van €150,- aan lak krijg je een T-shirt cadeau in een van de kleuren uit de Waaieâh. Er zitten er een paar bij die verwijzen naar eet- of drinkwaren, zoals Wôhtel, Aâhrdbè, Zuâhstok of Bieâh, maar er is ook groen Haags Puâh Natuâh of wijkgebonden Zeihelduh Blaûw.

Het allermooist vind ik het nuchtere Schèt, voor het bruine T-shirt. Zo filosofisch is het leven in Den Haag, van Lekkâh Zach tot Duisteâhr.

zaterdag 31 mei 2014

VOLK

De afgelopen dagen kwam het woord ‘volk’ veel voorbij in het nieuws. Bij de Europese verkiezingen heeft overal ‘het volk’ gesproken, als je tenminste de menners ervan moet geloven. In Frankrijk sprak het Franse volk, in Engeland het Engelse en in Finland het Finse, de Ware Finnen.

De betekenis die daaraan wordt gehecht is die van oprechtheid, onomstotelijkheid en onbetwistbaarheid. Het volk is puur. Het neemt geen blad voor de mond en heeft altijd gelijk. En blondeert zijn haar zou je zeggen als je de woordvoerders ziet van de partijen die zwaar leunen op de stem des volks.

Het volk zingt uit volle borst, niet altijd zuiver, maar wel recht uit het hart. En uiteraard zit dat hart op de goede plaats. Voor de zekerheid leg je - in steeds meer culturen – je hand erop als je het volkslied zingt.

Het volk loopt te hoop tegen eenlingen als pedo’s, moordenaars van volkshelden en kunstenaars die iets maken waarvan je niet kunt zien wat het voorstelt. Sommige eenlingen mogen juist weer rekenen op de aanhankelijkheid van het volk. De bewoners van Maastricht bereidden hun scheidend burgemeester in 2010 een volksadieu en de eega van onze koning – zeker sinds ze in het bruidswit een traantje plengde onder de klanken van de tango – is door het volk in het hart gesloten.

Andere volken worden door het volk met argwaan bekeken. Pikken die onze banen en vrouwen niet in? De woordvoerders van het volk houden het graag simpel: genoeg is genoeg en vol is vol. Het volk wordt teruggedrongen achter de veilige grenzen van de eigen volksaard. De Finse, de Franse, de Maastrichtse.

Dat het ook anders kan bewees het volk dat in 1989 in opstand kwam tegen het regime in Oost-Duitsland. Ze voerden de slogan Wir sind das Volk en demonstreerden onder andere voor het opengooien van de grenzen en het opheffen van de beperkingen van burgerlijke vrijheden.

Op een muur in Leipzig, de stad waar de volksopstand begon, stond tot voor enkele jaren een levensgrote muurschildering. Aan de ene kant het volk in zwart-wit met slechts één persoon in kleur: Honecker in een (blond)geel vestje op het balkon, beneden hem de monochrome massa. Dan een abrupte overgang naar de andere kant, naar een bonte verzameling mensen, vogels, luchtballonnen. Ze dragen vrolijk gekleurde spandoeken met zich mee met leuzen als Die Mauer muss weg,  Freie Wahlen en - één van de mooiste: Visafrei bis Hawaii. Het volk zwermt uit.

woensdag 21 mei 2014

WATERWACHTERS

Vlak voordat de trein vanuit Amsterdam Utrecht binnenrijdt, kruist hij het Amsterdam-Rijnkanaal. Passagiers zijn vaak al bezig met hun overstap (“Denkt u bij het verlaten van de trein aan uw persoonlijke eigendommen.”), maar wie aan de rechterzijde uit het raam kijkt wordt getrakteerd op een van de boeiendste moderne kunstwerken die ik ken: de Waterwerken van Ruud Kuijer.

Hier, waar water- en spoorweg elkaar kruisen, staan langs de kade zeven enorme betonnen sculpturen. Elke sculptuur bestaat uit abstracte gestapelde vormen die open structuren vormen, de ene sculptuur wat meer horizontaal georiënteerd, de andere wat meer in de hoogte. Samen vormen ze een schitterende reeks van zeven wachters langs het kanaal.

In elke weersgesteldheid stáán ze daar. De ochtendzon belicht ze vanaf de stadskant en elk onderdeel weerkaatst het licht op een andere manier. Bij mist of druilerig weer leiden ze het oog als geheimzinnige witte bakens vanaf de spoorbrug langs het water. ’s Avonds worden de Waterwerken van onderaf belicht, waardoor een grillig patroon van de slagschaduwen en helwitte vlakken ontstaat.

Grote containerboten en vrachtschepen varen voor de werken langs. Het gelijkmatige opstomen van de boten heeft iets onverstoorbaars dat goed past bij de monumentale beelden. Twaalf jaar heeft Ruud Kuijer over deze reeks gedaan, steeds dichter naar de spoorbrug toewerkend. Hij heeft gezocht naar samenhang van de beelden met hun omgeving en daar is hij naar mijn mening zeer goed in geslaagd. Opvallend is dat op internet bijna geen beeld te vinden is van de Waterwerken zoals die vanaf de spoorbrug zijn te zien.

En juist vanuit de binnenrijdende trein gezien hebben de werken een speciaal effect. Voordat de trein de brug bereikt, passeert hij eerst een standaard bedrijventerrein. Zonder erg is het weiland overgegaan in een gebied met grote, dichte, vierkante loodsen. Als de trein hoger op het talud klimt, in de aanloop naar de brug, verandert het terrein in een mistroostig mijnlandschap met grote, grauwe bergen aarde en gruis. Over een aantal van die kunstmatige heuvels slingert een cross-parcours.


Dichter bij de brug komt er iets meer ordening in het landschap; de bergen bestaan uit grotere brokken puin en daartussen staan loodsen in een onverzettelijk kobaltblauw. Ook barakken, silo’s, vrachtauto’s en opleggers in gestroomlijnde vormen duiken kobaltblauw op tussen de grillige bergen. Dan, als beneden strak in het gelid geparkeerde personenauto’s verschijnen, dondert de trein de brug op en daar strekt zich het water uit met de zeven Waterwerken in een prachtig ritme langs de kade.

De woeste steenhopen veranderen in strak vormgegeven kunstwerken. Hier begint de stad.

zondag 11 mei 2014

MOEDERZIEL

Het woord ‘moeder’ roept een wereld van altruïsme op: opofferingsgezindheid, dienstbaarheid, bescherming, koestering (van de afhankelijke), voeding, troost. En in de religie ook nog: middelares (bij de állerhoogste macht), toevlucht, praatpaal. Kortom: een functie waar je zeer hoog voor gekwalificeerd moet zijn.

Andere opvoeders die een kind omringen, moeten het doen zonder de bijzondere eer die moeder te beurt valt. En ook andere functies in het gezin (dochter, kleinkind) hebben niet zo’n stralend aureool als moeder. Dat is wellicht de beloning voor de zware baan van moeder. Corry Brokkens ‘La Mamma’  is de - prachtig vertolkte - ultieme bekroning van de moederfunctie.

Wereldwijd geldt de verwensing ‘Je moeder is een hoer’ als buitengewoon grievend. Moeder vloekt met wellust. Maar als bovengenoemde Mamma haar kinderen niet in wellust heeft geconcipieerd, dan zit er toch op zijn minst een strakke planning, zoniet een calculerend brein achter die rijke kinderschaar. Ook erg is ‘stiefmoeder’; er zit iets gemeens in dat ‘stief’. Iemand doet zich voor als moeder, maar heeft stiekem een eigen agenda.

Moeder is geen individu, ze is een gevoel. ‘Wat doen we met moeder met de Kerstdagen?’ Moeder is thuis, het moederland, het moederschip, the motherboard, de moeder aller veldslagen. Moeder herbergt, moeder geeft liefde, soep en een schone was. Hoe meer, hoe moeder.

Moeder is een autoriteit met een sensibiliteit die grenst aan helderziendheid. Moeder is een krachtige politieke impuls. Een pro-Russiche activiste kijfde tegen een Oekraïense activist: ‘In het westen mogen twee mannen met elkaar trouwen, daar groeien kinderen op zonder móeder!’ Dus geen liefde, soep of schone was voor die kinderen. Maar wel zo’n vrouw als moeder.

Moeder staat aan het begin, ze buigt zich statistisch gezien het vaakst over de wieg. Dan spelen allerlei biologische mechanismen het sterkst, aan beide zijden van de moederborst. Ik zou ervoor willen pleiten die biologie zijn respectabele plaats te laten behouden, maar het verkeer tussen onafhankelijke – of steeds onafhankelijker wordende – gezinsleden te baseren op zielsverwantschappen.

Afbeelding: Maria met kind, Jean Fouquet, 1456

donderdag 1 mei 2014

LIPPI

Er is geen kunstwerk dat voor mij het gevoel van de renaissance zo zuiver weergeeft als het schilderij ‘Madonna met het Kind en engelen’ van Filippo Lippi. Toen ik voor het eerst oog in oog stond met dit schilderij, tijdens een stralende voorjaarsvakantie in Florence, maakte het diepe indruk op me. 

Lippi schilderde het in 1465. Hij was in zijn tijd beroemd om de grazia van zijn schilderijen. En inderdaad is dit schilderij zeer elegant, maar vooral heel bróós. Er spreekt iets uit van een voorzichtig begin, een nieuw tijdperk dat zorgvuldig en met een zekere melancholie kan worden betreden. In mijn ogen was de renaissance ook een nieuw tijdperk voor de mensheid.

De beeldschone Madonna is waarschijnlijk gemodelleerd naar de geliefde van de schilder, de kloosterlinge Lucrezia Buti. Filippo Lippi was zelf een dominikaner monnik en was op voorspraak van zijn mecenas Cosimo de Medici ontslagen van zijn kloostergelofte om te kunnen trouwen met zijn geliefde. Hij had al twee kinderen bij haar, want hij leefde in zonde nadat hij haar uit het klooster had ontvoerd. Mogelijk is het engeltje dat de toeschouwer zo guitig aankijkt hun zoon, Filippino Lippi. Ook hij zal zich ontwikkelen tot een succesvol schilder.

Wat dit schilderij zo sprekend maakt is het licht-donker contrast. Het hoofd van de Madonna bevindt zich net onder de horizon en tegen het donkere landschap stralen haar gelaat en haar hals een teer (ochtend-)licht uit. Boven haar hoofd zweeft een aureool, ragfijn zodat het ons niet het uitzicht beneemt op het hemelsblauwe meer achter haar en de betoverende voorjaarslucht.

De Madonna kijkt niet naar het Kind, dat - ongebruikelijk voor die tijd - niet op haar schoot zit. Ze staat als het ware buiten de drukte van kinderen en engelen. Haar blik is introvert, ernstig, maar niet zwaar. Ze zit voor een deuropening - op een drempel - met achter zich het weidse landschap, verlopend van donker naar licht. De doorzichtige voile die zachtjes om haar hoofd golft, geeft beweging aan het beeld; er waait een licht briesje.

Lippi was een leerling en bewonderaar van Masaccio, de ‘ontdekker’ van het perspectief (zie mijn blog ‘Gekke Henkie’). Maar typisch voor Lippi is de elegantie, de lichtheid van zijn figuren en zijn precieze lijnvoering. Behoedzaam, bijna aarzelend plaatst hij de figuren in hun omgeving. Zijn leerling Sandro Botticelli heeft die elegante stijl verder uitgewerkt tot een schitterende, maar in mijn ogen cerebrale vormentaal die design-achtig aandoet. Botticelli’s ‘Geboorte van Venus’ is nog steeds wereldberoemd en werd vele malen gekopieerd en geparafraseerd door kunstenaars en commerciële vormgevers.

Bij Lippi klinkt door alle stijlmiddelen heen de weemoed van een nieuw begin: wat staat er te gebeuren? Deze Lippina duikt niet halsoverkop in een nieuw avontuur, maar ze bezint zich op … ja op wat? Op het moment dat ze de drempel zal overschrijden en die stralende toekomst zal betreden.

P.S. Als onderdeel van de sollicitatieprocedure voor de functie van rondleider bij het Mauritshuis heb ik een online presentatie op mijn Youtube-kanaal gezet. Hij gaat over de taal van de handen bij Rembrandt.

maandag 21 april 2014

PESJEN - PASSIE - PASEN

In de dagen voor Pasen gonsde het woord ‘pesjen’ door de media. Wat een vreselijke klank vind ik dat toch! De ‘pè’ van pesten en de ‘sjun’ van wat? Schouderophalen of zoiets. Het fenomeen dat BN’ers met bestaande popliedjes het lijdensverhaal van Jezus naspelen (met welk doel trouwens?), terwijl een groep vrijwilligers een groot verlicht kruis door de straten draagt, tsja.

In Trouw van 17 april stond een ingezonden brief van een vrouw die vorig jaar aan die processie had deelgenomen. Ze had zich gestoord aan het gebabbel en de camerageilheid van de kruisdragers, terwijl zij zich wilde ‘bezinnen op het lijden van Christus en het lijden van deze tijd: daar waar gepest wordt op schoolpleinen, geruzied achter voordeuren en in het ergste geval gemoord’. Zij pleitte voor een stille tocht, maar ik vrees dat dat indruist tegen de passie van de deelnemers aan deze publieke liturgische viering.

Passie is het woord dat misschien wel het meest heeft te lijden gehad onder de taalinflatie die voortkomt uit het idee-fixe van zelfrealisatie. Vooral in het Angelsaksische consumenten-denken voert dit idee de boventoon. Als je je passie maar volgt, komt het goed. Een razend populair modern geloof.

In vroeger tijden werd het lijdensverhaal van Jezus aangeduid met het Duitse woord Passion (“pasjóon”). Dat klinkt naar klassiek geschoolde zangers. Daar moet je wel van houden en die Passions-traditie kan ook weer elitair en verstikkend zijn. Overigens gebruiken Duitsers voor het begrip passie in de zin van automatisch-goedkomende-zelfrealisatie het woord Leidenschaft.

Persoonlijk vind ik dat passiemuziek, net als veel klassieke muziek overigens, altijd gaat over leven én dood. Bij Bach heel vaak in de troostende driekwartsmaat. Popmuziek is volgens mij toch meestal een ‘viering van het leven’ in een dampende procreative vierkwartsmaat. Met een pathetische Carré-galm zingen over liefde en dood maakt een liedje nog niet diepzinniger.

Iedere tijd z’n eigen pesjen, zou je kunnen zeggen. Ik was als puber erg onder de indruk van de hippe Judas en de swingende discipelen in Jesus Christ Superstar. Maar ja, die rockopera had nog iets rebels. De Pesjun leunt zwaar op deze illustere voorganger, maar is vooral gestileerd als massa-evenement voor het hele gezin. Een formule die in bijvoorbeeld het Dolfinarium niet zou misstaan.

Afijn, met Pasen is het allemaal volbracht.

vrijdag 11 april 2014

NAAM & TOENAAM

Een bedrijf dat betrouwbaar wil overkomen, zou ik aanraden een dubbele naam te kiezen met daartussenin het &-teken. Dat geeft de indruk van een oude band tussen twee families, een solide vertrouwensbasis die zich over generaties uitstrekt. Het leunt ook aan tegen voorname adellijke families, die - uiteraard zónder het &-teken -  van oudsher dubbele namen voeren.

Een van de mooiste dubbele bedrijfsnamen die ik onlangs zag was Koridon & Rijerse (schilders). Deze naam roept het perfecte taalgevoel op: Koridon en Rijerse klinken allebei chique, dus het moet wel een kwaliteitsschilder zijn. Bovendien is de klankkleur goed gekozen; de Franse ò’s uit Koridon voor het gedetailleerde schilderwerk en Rijerse voor de brede kwaststreek.

Dubbele namen hebben nog een effect; ze vestigen zich in het collectieve geheugen als unieke bedrijven. In Amsterdam was heel lang boekhandel Langkamp & Brinkman gevestigd, een kwaliteitsboekhandel. Ik herinner me hoe aan de planken kleine strookjes velours hingen om het stof te weren op de plank eronder. Broekmans & Van Poppel is nog steeds dé muziekzaak naast het Concertgebouw.

Maar ook Gunters & Meuser (ijzerhandel, voor o.a. uw hang- en sluitwerk) is een onverbrekelijke combinatie. Rath & Doodeheefver, tot 1998 een begrip op behanggebied. Vroom & Dreesman, behoeft geen toelichting. Het verdient aanbeveling om de naam met de meeste lettergrepen als laatste te plaatsen, om te eindigen met de meest beweeglijke naam. Alleen Van Gend & Loos zondigt tegen deze regel, maar dat is begrijpelijk. Een vervoersbedrijf vertrekt van Gent en gaat dan ‘los’.

Een heel grappige naam is koffiehuis Kanis & Meiland, op het KNSM-eiland in Amsterdam. Een vette knipoog naar ‘doe-maar-gewoon’ Kanis & Gunnink.

Bijzonder aan al deze combinaties is ook het &-teken. Officieel heet dit teken een ampersand. Dat klinkt vrij stroef, als een samenvoeging van amper en per se. Het is juist een heel zwierig teken dat je in één beweging van rechts naar links schrijft. Ook grafisch vormgevers leven zich graag uit op de ampersand; er bestaat een wereld aan vormgevingsideeën voor dit teken.

Artistieke duo’s tooiden zich ook nog wel eens met een dubbele naam, maar dan vaak de voornaam: Bassie & Adriaan, Johnny & Rijk en natuurlijk Sonny & Cher. Die laatste twee zingen elkaar toe dat naam & toenaam elkaar altijd zullen hebben.I got you babe.